Niet sporende Noren

Norge
Bij noren heb ik nog altijd het plaatje van koene schaatsen in mijn hoofd. Zwarte lage schoenen waar enkels altijd pront bovenuit steken want geen sok die de glijers beter zou kunnen begeleiden. Zilveren doorlopers onder de genoemde schoenen, zó scherp dat je regelmatig voorzichtig met je blote vingers het aangekoekte ijs van de ijzers afschraapte. Niet dat het nodig was maar het stond zo stoer. Net zo stoer als het inpikken van de norenpunt in het ijs om de starthouding van een bewonderde schaatsBN’er aan te nemen. Vaak hoorde je dan rond om je heen de scheuren in het ijs springen, daar kon je bij terugkomst van de sportieve ronde dan flink in vast lopen en een vreemde zijdelingse duikeling maken. Deze ontsporing liet de verzwikte enkel tot een pijnlijke paarsblauwe bult opzwellen zodat de zwarte schoen niet meer uit te trekken was en je op je schaatsbeschermers naar huis moest sukkelkluunen. Dat was nog in de tijd van winters met mineenentwintigondernul en natuurijs, dus wie heeft dat nu nog meegemaakt? En trouwens tegenwoordig heet de Noor een klapschaats en die is door een Nederlander uitgevonden. Exit noren. Alhoewel in Japan hebben ze nog steeds Noren maar dan om de ene kamer van de andere kamer af te scheiden, het is maar dat je het weet.

Ik vond dat het tijd was om de Noren een bezoek te brengen. En het landschap is gemakkelijk te beschrijven, a d e m b e n e m e n d mooi. Daar ben ik dus zo mee klaar. Gelukkig was er genoeg opvallends om over na te denken en te beschrijven.

Onderweg naar de bestemming van keuze valt meteen de bewegwijzering op. Men bedient zich van å, Å , æ, Æ, ø en Ø maar hoe je het uitspreekt? Door het interieur van de auto klinken bij uitspreken van de verschillende dorpskernen regelmatig geluiden die lijken op verstikking, oprispingen of flatulentie. ‘Waar kom jij vandaan meisje?’ – ‘Bø’ – ‘Nou zeg! Ik vroeg niet hoe je je voelde maar waar je woont.’ – ‘Bø’ – ‘Eruit!’. Gelukkig spreken de meeste Noren een mondje engels met een grappige tongval: ‘Dvo joe vant a bAk vit tat?’. In de binnenlanden trof ik echter een winkeldame die op mijn vraag: ‘Dvo joe haaf a bAk vor mi?’ een welluidend ‘HA?’ uitstootte. Gelukkig kon ik uit haar non – verbale gezichtsuitdrukking opmaken dat ze er niets van begreep. ‘HA?’ is dus het noorse equivalent van ons ‘Hè?’ Toen dat tot mij doordrong moest ik non – verbaal een tasje gaan uitbeelden wat er nogal houterig uitzag. Na een begrijpende: ‘Ohh’ werd mijn uiteindelijk met een geruststellende glimlach het plastieken opberggeval aangereikt. Ik vroeg mij daarna meteen af of de Noor dan dus op een andere wijze lacht dan wij. ‘s Avonds kreeg ik meteen antwoord op mijn vraag. In het trekkershutje aan de linkerzijde zaten twee Noorse mannen op leeftijd stoere verhalen aan elkaar te vertellen, of in ieder geval met humor want regelmatig klonk het ‘Hè Hè Hè Hè’.

Ik hoor u meteen denken: ‘Hoe wist zij nou dat die mannen Noors zijn?’ – ‘HA’ – goede vraag. De Noor heeft namelijk een vlag en die toont hij overal waar hij residentie houdt. Een beetje het vlaggenprotocol van de koning, is ie thuis dan wappert er een vlag. De Noor heeft zelfs een vlaggenhouder aan zijn sleurhut bevestigd. Overal is dus de Noorse driekleur te bewonderen. Noren zelf zijn moeilijker te herkennen als fysieke verschijning. Ik had mij voorbereid op kloeke blondharige reuzen met het uiterlijk van een stoere Viking. Helaas ik vond ze niet, in ieder geval niet op de campings tijdens mijn verblijf aldaar. De exemplaren die ik zag aankomen of vertrekken bij een campersleurtrekkershut ontwaarde ik over het algemeen buikige mannen met een grijzende woeste baard en bril. De kleding kenmerkt zich door bedekte kleuren, een driekwart flodderbroek met ruitjes, opgetrokken zwarte sokken net tot aan de knie en Zweedse klompen met hakken of Crocs eronder. Wat er nog overbleef aan stoerheid deed de keuze van het vervoermiddel wel afbreuk aan: Een roze damesfiets met mandje.

De supermarkten in Noorwegen zijn een bron van vermaak, meestal zijn ze vlak naast of tegenover elkaar gesitueerd met bijna hetzelfde assortiment en prijzen. Ze hebben ook geweldige namen zoals Kiwi en Joker. Wat ze gemeen hebben is dat er buiten bier geen alcoholhoudende drank verkocht mag worden en zelfs daar zijn strenge regels aan gebonden. Op een zondag bleek er een Kiwi open in een iets groter dorp en er werd vanonder een gek dekentje twee blikken bier gehaald. De blonde vikingdame bij de kassa was er in het Noorsengels duidelijk over: ‘Vi duunt sull aalcoehool oen sjundaj’ en hup rigoreus verdwenen de blikken van de band. In een dorp dat bijna aan een stad begon te tippen, werd een Vinomonopolet gevonden! Deze staatswinkel heeft het alleenrecht op het verkopen van drank boven de 4,75% een waar Walhalla! Maar waar Jokers openingstijden tot ver middernacht hebben, blijft de Vinomonopolet veel dagen gewoon potdicht. En ondergetekende stond juist op één van die dagen voor de in het donker gehulde alcohol etablissement. Niet dat er een dure aanschaf overdacht werd, tussen stoelen en achterbank van mijn vervoersmiddel stonden nog zat wijnflessen zachtjes tegen elkaar te klingelen. Maar de vraag blijft mij bezighouden, als er zó weinig gedronken mag worden, hoe komen die Noren dan op het idee van Vanillesaus met de naam Piano?

Advertenties

Over Kunstkopje

Verwondering en humor gebruik ik als uitgangspunt om de wereld begrijpelijk te maken. Door het woordgeknutsel wil ik daardoor wel eens uit de bocht vliegen. Maar u mag mij dan weer op weg helpen. Vind U mijn blogs leuk? Delen mag altijd... Enjoy
Dit bericht werd geplaatst in Werelds en getagged met , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s