Supermarkt dilemma’s II

daklozenkrant

Ik moet weer naar de supermarkt, nu weet ik inmiddels dat dit een bron van dilemma’s met zich mee brengt. Is het niet de inrichting die voor raadselen zorgt, dan is het wel het publiek dat zich in deze openbare gelegenheid ophoud. Ja, u leest het goed er zijn mensen in de supermarkt die zich er ophouden, ze kopen namelijk niets maar hangen er rond. ‘Personeel?’ zal u meteen in gedachten springen, maar nee. Uit eigenwijs onderzoek weet ik namelijk dat mijn plaatselijke buurtsuper een aanname beleid aanhoud als ware het een baan bij de Rijksvoorlichtingsdienst of de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Je CV moet uitstekend zijn, het liefst een of twee afgeronde universitaire studies. Hobby’s en sportbeoefening behoren in het teken te staan van multitasken zoals diepzeeduiken met zelf gepunnikte zwemvliezen en je dan een aria kan voordragen als kunstuiting van aqua audiovervorming. Je krijgt een screening die je binnenstebuiten keert om te voorkomen dat er iemand in de familie tot in de 5e generatie niet van onbesproken gedrag is. Dat van jou moet namelijk onberispelijk zijn, hulpvaardig van ingang tot uitgang en de gehele dag door de mooiste servicegerichte glimlach van de hele wereld. Vermoeden is dat zelfs de tanden op voorhand gebleekt moeten zijn om als pre te dienen. Het geheel wordt afgesloten met een radiologisch- en haaronderzoek om het vermoeden van recreatief drugsgebruik uit te sluiten. Let op, dan ben je pas bevoegd tot het bijvullen van het diepvriesvak maar eenmaal binnen ligt er een glansrijke carrière op je te wachten. Hang je echter rond dan kan je meteen weer inpakken, dus aanpakken is het credo.

De personen die ik bedoel tref je meestal aan net buiten of net binnenin de winkel. Ze zijn voorzien van een krantje en soms ook nog een klapstoeltje, waar moe van het staan dan op neer gezegen kan worden. Opvallend is ook dat deze types meestal alleen te vinden zijn bij de betere buurtsupers, die van de blauwe karretjes of de Hallo winkel. Ze doen waarschijnlijk aan branding heb ik dan het vermoeden. Voor de suup met de blauwe A zonder de H in het logo en die met het geelblauw met de L zie ik ze nooit.

Ik heb het hier over de daklozen met de daklozenkrant. Wat mij betreft mogen ze er best zijn en op hun stoeltje rustig blijven zitten maar ze hebben een onhebbelijkheid die mij steeds meteen in de horkenstand doet schieten. Laatst overkwam het mij weer toen ik de Hallo winkel wilde betreden. Trouwens ook een rare slogan van die grootgrutter die iedereen de winkel laten aanspreken alsof zij niet naar de uitspanning gaan maar het object plotseling op de stoep staat waarbij een verbaasd ‘Ha-lo?!’ geroepen moet worden. Maar dit terzijde en voer voor reclame irritatie. Precies daar waar ik het geelgroene winkelwagentje uit de rij wilde trekken, boog zich een man met een krantje over de arm gedrapeerd naar mij over. Sociaal ingesteld als ik ben maak ik bij deze beweging oogcontact om te kijken of deze persoon mijn hulp nodig heeft. ‘Hallo mafrouw, faine wienkeldag.’ Ondanks dat het gezegde ‘Gedag zeggen kost niets’, heb ik moeite met deze vorm van aanspreken. Ik wil helemaal niet aangesproken worden, in stilte wil ik winkelen en vol concentratie op mijn boodschappenlijstje kijken. Meestal maak ik dan ook geen oogcontact meer en wandel met opgetrokken schouders zwijgend voorbij. Maar met elke ‘hallo’ mij toegevoegd, wordt mijn gewoonlijke etiquette geweld aangedaan. Mijn eega groet altijd monter terug en bromde tegen mij: ‘Waarom groet jij nou niet gewoon? Hij doet gewoon vriendelijk hoor.’

Ik ging dus maar eens op onderzoek uit naar de mening van anderen. Mijn buurvrouw bleek ook een groeter op haar retour. Zij groette altijd terug en dacht de dakloze met zijn krant nog even blij te maken met een eurootje, krantje mocht hij houden. Echter bij de volgende keer dat zij door hem gegroet werd met een nog krachtiger enthousiasme werd er een hand met de palm naar boven getoond. ‘Ehh, hallo stamelde zij’ en maakte bekend dat zij dit keer geen donatie deed. Bij het uitgaan van de winkel werd zij door de dakloze met chagrijnig gezicht niet gegroet. De volgende keer was de groet weer gewoon maar de ogen bleven op eurotekens staan plus vraagteken. ‘Hij houdt er ook niet mee op en ik voel me er rot om. Maar ik heb niet het idee dat ik iets bevorder met mijn euro’s hij blijft daar maar gewoon staan. Ik denk maar dat ik naar een andere winkel ga.’ Drama in het klein maar ik voelde me iets beter door dit gezamenlijk dakloos halloeuro leed. De krantenverkoper snapte op den duur dat ik in stilte mijn weg wilde vervolgen en groette niet meer. Gisteren bleek die dakloze ineens verdwenen. ‘Zou hij nu werk gevonden hebben? En hoe noem zo iemand als je niet dakloos maar met dak bent?’ Dit oververdacht ik terwijl ik met opgeruimd gemoed de schuifdeuren doorging. Daar net om de hoek boog iemand naar mij over en ik ontwaarde twee bruine vrouwenogen vergezeld van de woorden: ‘Goeiemoge muvrouw, booschaapjes doen?’ – Zucht –

Over Kunstkopje

Verwondering en humor gebruik ik als uitgangspunt om de wereld begrijpelijk te maken. Door het woordgeknutsel wil ik daardoor wel eens uit de bocht vliegen. Maar u mag mij dan weer op weg helpen. Vind U mijn blogs leuk? Delen mag altijd... Enjoy
Dit bericht werd geplaatst in Dagelijkse dilemma's en getagged met , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s